Posts tonen met het label Josje Kuenen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Josje Kuenen. Alle posts tonen

vrijdag 12 december 2014

One-size-fits-all-pitch werkt niet



Er zijn talloze presentatie- en pitchtrainingen te koop. Dat is natuurlijk ook niet zo gek: als je wat wilt verkopen, moet je een goed verhaal hebben. Maar wat is een goed verhaal? Daarover lijken de pitchtrainers het niet eens. De een vindt dat je vooral authentiek moet zijn (wees vooral jezelf), de ander vindt dat je vooral passie moet tonen (de Sinek-adepten onder ons: wat is jouw droom?). Presentatiedocenten aan opleidingen vinden vaak dat je doel duidelijk en je verhaal goed gestructureerd moet zijn (mijn doel is om u te overtuigen mijn softwarepakket te kopen en daarvoor ga ik argument a, b en c gebruiken).

Leiden al die verschillende technieken tot gegarandeerd resultaat? Nee, natuurlijk niet. Een succesvolle presentatie is van zoveel variabelen afhankelijk dat het ondoenlijk is om garanties af te geven. Ook zijn veel overtuigingstechnieken nauwelijks concreet te maken. Sfeer, sympathie, bekendheid, een goed gevulde maag, een onderwerp dat meer of minder controversieel is, blijken vaak doorslaggevender dan de opbouw of inhoud van je verhaal. Martijn Wackers en ik schreven een boek over onder andere die hidden persuaders: Presenteren: wat werkt echt en wat echt niet?

Wat in ieder geval belangrijk is, is de context waarin je een presentatie geeft. Sta je op een podium, dan kun je je permitteren een monoloog te houden van een minuut (mits die monoloog aantrekkelijk is natuurlijk). Maar ga je naar een netwerkbijeenkomst of heb je een salesgesprek, dan moet je dus niet op zenden gaan staan. Een minuut luisteren naar iemand die een verhaal afsteekt, is per definitie een kwelling. Uit marketingliteratuur weten we ook dat je pas na een keer of acht iemand dusdanig vertrouwt dat je er zaken mee zou willen doen. Je insteek tijdens zo’n netwerksessie moet dus vooral zijn: de ander leren kennen en niet jezelf promoten.
Spreek je voor mensen die bang zijn of boos (bijvoorbeeld na een ramp of voor een fusie) ga dan de zaken niet proberen te framen of relativeren. Daar worden ze alleen nog maar bozer van. Het is zelfs nog maar de vraag of een presentatie voor een emotioneel publiek nu wel zo’n verstandig communicatiemiddel is. Wil je publiek weten wat de gevolgen zijn van nieuwe wetgeving, ga dan geen oppervlakkige Prezi of pitch geven over de voordelen ervan, maar ga serieus in op de mogelijke effecten en wat je daartegen kunt doen.

Je stemt je verhaal dus telkens af op de situatie waarin je verkeert en het publiek dat je voor je hebt. Pitchen op een podium is prima, maar pitchen tijdens een netwerksessie is dus sterk af te raden. One-size-fits-all werkt niet.

dinsdag 8 april 2014

Eigen verantwoordelijkheid. Gaap.




Afgelopen zaterdag kwam hij weer langs: de roep om eigen verantwoordelijkheid. Tijdens het symposium van en over Beter Onderwijs Nederland, wierp de staatssecretaris Sander Dekker - een overigens zeer sympathieke en welbespraakte staatssecretaris - veel bezwaren van de aanwezige docenten terug naar waar ze volgens hem thuishoorden: bij henzelf. Zijn de klassen te vol? Ga daarover klagen bij de schoolleider of het bestuur. Maak je teveel uren? Doe er wat aan!

Eigen verantwoordelijkheid is hot. En als sympathisant van het liberale gedachtegoed ben ik ook niet vies van een beetje handen uit de mouwen. Maar in veel gevallen is het absolute crap om mensen aan te spreken op hun eigen verantwoordelijkheid. Bijvoorbeeld in situaties waarin je een leidinggevende hebt die het zelf ook niet weet. Die visieloos is. Ouders te vriend wil houden. En vooral het bestuur. Veel diploma’s uit wil reiken, of die nu verdiend of onverdiend zijn. Die weliswaar geregeld met een MR om de tafel zit, maar dan vooral om de schijn op te houden dat er aan inspraak wordt gedaan. Want negen van de tien keer zijn dergelijke ‘adviserende’ organen louter ceremoniĆ«le poppenkast. Kritische geluiden worden opgeschreven als ‘interessante invalshoek’ en belanden vervolgens in de prullenbak. Uiteindelijk is de noemer ‘zeggenschap’ in medezeggenschap feitelijk een ‘luisteraarschap’. Je zit erbij en luistert ernaar. Meer niet.

Toen ik nog lesgaf aan een niet nader te noemen gymnasium in Amsterdam, deed ik mijn beklag bij de directeur. Er was geen lesmethode. Mijn collega’s wisten niet wat mijn voorgangers hadden gedaan. Ik bleek de zevende docent in twee jaar te zijn. De leerlingen waren agressief en scholden me uit. 
De directeur was niet verbaasd over mijn grieven. En hij schaamde zich. Maar ja, er was ook niet veel tegen te doen, vond hij. Want als hij leerlingen voor straf in de gymzaal opsloot, klommen ze door het raam weer naar buiten. Dus ja, wat moet je dan? Ook de MR kon niets betekenen. “Dit soort geluiden hoor ik nu net even te vaak.” zei de docent wiskunde die voorzitter was. “Maar ja, hoewel we het al vaak aan de orde hebben gesteld, verandert er niets. En als ik ruzie ga maken met de directeur, kan ik straks zelf vertrekken.” 
Daar sta je dan, met je goede gedrag en eigen verantwoordelijkheid. Ik heb mijn eigen verantwoordelijkheid toen genomen door mijn eigen klassen aan een streng onderwijsregime te onderwerpen (dat hielp) maar dat had als bij-effect dat collega-docenten mij een uitslover vonden en oncollegiaal. Eigen verantwoordelijkheid nemen lost soms wat op, maar leidt ook tot scheve gezichten omdat je het maaiveld ontstijgt. Het enige wat er dan nog op zit, is wegwezen.

Op veel scholen is een veilige leeromgeving niet gegarandeerd. Docenten en schoolleiders durven vaak niet op te treden tegen grensoverschrijdend gedrag en de Leerplichtwet maakt hen dat ook lastig. Om leerlingen van scholen te verwijderen, moet je een andere school bereid vinden de betreffende leerling op te nemen. Gevolg: pappen en nathouden. Pas als je als schoolleider bereid bent je standpunt vast te houden voor de rechter ‘zij eruit of ik eruit’, kun je het tij keren. In het geval van de Hugo de Groot in Rotterdam met superschoolleider Eric van ’t Zelfde zie je verandering en verbetering. Een schoolleider die verantwoordelijkheid nam en kreeg. Maar hoeveel van dit soort helden kennen we in Nederland? 

Als radertje in een systeem is verantwoordelijkheid nemen zo eenvoudig niet. We weten uit onderzoek dat het systeem vaak een grote invloed heeft op je gedrag. We doen wat de leidinggevende van ons verwacht. We doen wat anderen doen. We doen wat we al jaren deden. Eigen verantwoordelijkheid nemen, werkt alleen maar onder zeer beperkte omstandigheden: als je je in een omgeving bevindt die oplossingen en continue verbetering omarmt (de zogenaamde lerende organisatie; door tijdsdruk is er paradoxaal genoeg voor innovatie vaak geen tijd in het onderwijs), als je een positie hebt die verandering mogelijk maakt (leidinggevende rol) of als je een bord voor je kop hebt en je eigen plan durft te trekken. Voor de meeste docenten, toch vaak zachtaardige lieden met hart voor de zaak, is dat laatste in ieder geval geen optie. 'Vandaag neem ik mijn eigen verantwoordelijkheid en sta ik slechts 22 leerlingen toe in mijn klas. De rest mag naar huis.' Zie je het voor je? 

Blijft over: je verenigen met vakgenoten en tijdens een symposium op je vrije zaterdag de staatssecretaris aanspreken op wat er mis gaat. De staatssecretaris die verantwoordelijkheid heeft maar niet neemt. En vervolgens net zo reageert als je leidinggevende of het schoolbestuur. En zo is de cirkel weer rond.






maandag 6 januari 2014

Overzicht. Hoe dan?

Een van de lastigste onderwerpen in onderwijs is overzicht. Of het nu gaat om het schrijven van een tekst, om het doceren van het Burgerlijk Wetboek of het doorgronden van aerodynamica, overzicht is essentieel. Hoe zorg je voor overzicht als je vierhonderdvijftig publicaties moet raadplegen over de kredietcrisis? Waarin de een dit zegt en de ander dat? Welke zaken doen ertoe? En welke zijn minder relevant? Hoe onderscheid je hoofd- en bijzaken van elkaar om er vervolgens een synthese van te maken? Is dat ervaring? Is dat kennis? Is dat intelligentie? En vooral: is het te leren?

Ja, zeker. Als docent kan ik ook moeilijk iets anders beweren natuurlijk. Onderwijs impliceert ontwikkeling. Aanvankelijk dacht ik dat er vooral tijd, ervaring en kennis voor nodig was om overzicht te krijgen. Maar onlangs is dat beeld bijgesteld. Ik woonde een bijzondere geschiedenisles bij van Maike van der Mooren. Zij doceert Geschiedenis aan het Zuyderzeecollege in Emmeloord. Zij liet me zien dat je leerlingen en studenten op vrij eenvoudige wijze kunt helpen overzicht te krijgen. Maike doet dat door de geschiedenis te vatten in een schema met plussen en minnen.



Klinkt anders en dat is het dan ook. Maar waar een chronologische aanpak (en toen gebeurde er dit en daarna dat) en een thematische aanpak (de economie in de jaren ’20 en ’30 vergelijken met de huidige financiĆ«le crisis) vaak fragmentarische inzichten geven, biedt de aanpak van Maike houvast om het grotere plaatje te laten zien. Dit is wat ze doet.

1. Ze laat leerlingen eerst het boek bestuderen over een bepaald tijdvak. In dit geval ging het over de periode tussen de beide wereldoorlogen (het interbellum).
2. Vervolgens vult zij met de leerlingen in de klas een schema in
3. In dat schema zie je: jaartallen, de rol van de overheid, de mate van welvaart en plussen en minnen om de kwantiteit van welvaart en overheidsingrijpen te bepalen
4. Vervolgens bepaalt ze aan de hand van gebeurtenissen in deze periode of er sprake is van meer of minder welvaart, of dat correleert met meer of minder overheidsingrijpen en in hoeverre binnenlandse politiek effect heeft op de economische situatie.
5. Tot slot, ter controle, biedt ze een kwadrant aan waarin dezelfde zaken nog eens ingevuld moeten worden door de individuele leerlingen. Hierdoor worden ze gestimuleerd de stof op verschillende manieren te verwerken en te reproduceren. Daarna worden de uitkomsten plenair besproken.




Resultaat: je ziet in een oogopslag wat er zich heeft afgespeeld in een bepaald tijdvak en in hoeverre overheidsingrijpen invloed had op de economie. De slotsom van deze les was in ieder geval dat binnenlandse politiek minder invloedrijk was dan externe factoren zoals een wereldoorlog. Wat ik er met name interessant aan vind, is dat leerlingen met zo’n schema zelf overzicht krijgen en daaruit conclusies kunnen trekken. En dat is wat waar onderwijs over zou moeten gaan: hulp bieden bij het doorgronden van data en daar vervolgens je voordeel mee kunnen doen. Niet omdat een boekje dat zegt maar omdat je zelf voldoende overzicht hebt om zo'n beslissing te maken.

Meer informatie: zie de website van Maike van de Mooren.


zaterdag 27 juli 2013

Doen waar je blij van wordt: het nieuwe opium van het volk






Als je in Google ‘doen waar je blij van wordt’ intikt, krijg je ongeveer 8.900.000 resultaten. 8.900.000 resultaten. Bijna negen miljoen hits! Kennelijk zijn veel mensen druk bezig met doen waar ze blij van worden. Je kunt er in ieder geval talloze trainingen voor volgen en boeken over lezen als je internet mag geloven. Zelf kom ik in ieder geval geregeld mensen tegen die op zoek zijn naar passie in hun werk en coachgesprekken menen nodig te hebben. De volg-je-hart-industrie is big business tegenwoordig.

Het lastige met dit soort zoektochten is dat je eigenlijk nooit echt goed weet waar de schoen wringt. Ben je niet blij omdat je werk niet bij je past? Of ben je niet blij omdat het werk een sleur is geworden? Heb je vervelende collega’s? Is je baas een lul? Is de afstand eigenlijk te groot waardoor je vaak in de file staat? Zijn je klanten onaardig? Benoemen wat er nu eigenlijk aan de hand is, is bijna net zo moeilijk als benoemen waarom je iemand leuk of niet leuk vindt. Ga er maar aan staan.

Ik wantrouw dus dat passievolle werken. Niet alleen omdat het lastig te benoemen is, maar ook omdat het schier onmogelijk is werk te vinden waar je altijd blij mee zult zijn. Iedere baan heeft namelijk de potentie tot sleur. Zodra je het kunstje kent en kunt, onstaat er onrust die je weer zult moeten bezweren. En had ik al genoemd dat uit onderzoek blijkt dat je vooral blij wordt van werk waarin je autonomie hebt, constructieve feedback krijgt van anderen, en waarvan je het gevoel hebt dat je het kunt (zie de talk over flow van Csiksentmihalyi)? Die factoren zijn dus van een heel andere aard dan het werk zelf.

Even wakker worden mensen. Minder leuke kanten van werk zijn gewoon part of the deal. Hoewel ik lesgeven erg leuk vind, moet ik ook vaak teksten nakijken. Vind ik dat leuk? Nee. Ik kan je zeggen dat ik daar doodongelukkig van word. Maar ja. Moet ik daarvoor een andere baan gaan zoeken? Naast mijn werk heb ik een erg leuk gezin. Bij het runnen van een huishouden hoort het schoonmaken van wc’s. Vind ik dat leuk? Allerminst. Natuurlijk verdelen we die k-taak, maar het blijft nu eenmaal niet leuk die dingen schoon te maken. Vroeger maakte ik koekjes met de kinderen. Ben ik een Libellemoeder die van bakken houdt? Echt niet! Ik heb staan vloeken in die keuken omdat ik vond dat ik met een academische opleiding beneden mijn niveau aan het modderen was. Maar het hoort erbij. En nu maken onze dochters iedere Kerst zelf koekjes omdat dat zo gezellig is. Het hebben van een echtgenoot brengt met zich mee dat ik veel gerechten met vlees klaarmaak en actiefilms bekijk. Hij op zijn beurt moet af en toe vis naar binnen werken en een filmhuisfilm met kommer en kwel bekijken. Vinden wij dat leuk? In eerste instantie niet, maar dat accepteer je als je samenleeft. En als je het maar lang genoeg doet, ga je het vanzelf waarderen. Dat heet gewenning. Of misschien is dat liefde.

Karl Marx noemde het christendom ‘het opium van het volk’. Het plebs werd door de kerk zoetgehouden met het idee dat er na het ellendige leven op aarde een paradijselijk hiernamaals lag te wachten. Hoe meer leed in het hier en nu, hoe fortuinlijker je leven na de dood. Tegenwoordig is het omgekeerd. We willen dat ons leven in het hier en nu voldoet aan de allerhoogste normen. Niet gelukkig? Dat kan niet! Als de wiedeweer onderzoeken waar dat aan ligt. Je werk! Je partner! Weg ermee! Waar sta je nu? Wat wil jij? Wat wil je echt? Op momenten dat je overal aan twijfelt, is het volgen van je hart een aanlokkelijk aanbod op een beter leven. Maar in feite is het een nieuw opium dat alleen illusies verkoopt. Uitgevent door moderne priesters die handelen in groener gras bij de buren. Laat je niets wijsmaken alsjeblieft.

donderdag 4 juli 2013

Saai is het nieuwe sexy


Verstandig gedrag kost energie en inspanning voelt vaak als straf; dus kiezen we voor de minste weerstand. Neerploffen op de bank, snel een hap uit de magnetron is bijvoorbeeld makkelijker dan buiten wandelen of uitgebreid koken. Tot zover de verklaring waarom we zo vaak onverstandig doen. 

Volgens de psycholoog Baumeister (Wilskracht, 2012) zijn we maar beperkt in staat tot multitasken. Als je teveel doet, krijg je stress en reageer je dat af op jezelf of je directe omgeving. Het is dus niet handig te gaan lijnen als je net voor je tentamens zit, of te stoppen met roken als je je huis aan het verbouwen bent. Baumeister adviseert te waken voor teveel doelen: als je je leven volpropt met allerlei doelen die veel energie kosten, dan blijft er bijna niets meer over voor zorgen voor jezelf. Dat houdt geen normaal mens vol; je elastiekje knapt. 

Discipline (dus niet toegeven aan allerlei externe prikkels 'doe jij dit nog even, kom je vanavond nog even langs, kun jij niet zitting nemen in de OR? heb je nou nog steeds geen Ipad?') en focus kunnen je behoeden voor allerlei onzinnige uitwassen die meer met ego en het pleasen van anderen te maken hebben dan met verstandige keuzes. De paradox is dat je door discipline uiteindelijk over meer vrijheid beschikt: je neemt zelf regie over je handelen in plaats dat je emotioneel reageert op prikkels. Overigens pleitte de StoĆÆcijn Seneca ook al voor een stabiel en gelijkmatig leven, maar dat zie je wel vaker bij moderne psychologen, dat ze teruggrijpen op de klassieken. Dit terzijde.

Een andere manier om verstandig gedrag te stimuleren, is het verstandige gedrag aantrekkelijker te maken. Dus dat het niet voelt als straf, maar als beloning. Vraag iemand te eten om het gezelliger te maken, wandel naar iemand toe en drink dan samen koffie als beloning. VW heeft een tijdje terug commercials gemaakt over de 'fun-theory': als je gedrag leuker maakt, gaan mensen dat gedrag uit zichzelf vertonen. Zie de commercial hierboven: traplopen wordt ineens sexy. (Met dank aan Sander de Waal!)

donderdag 9 mei 2013

On communication, or the illusion it has taken place


It won't come in time




'It will come in time', zongen Billy Preston en Syreeta om depressieve mensen moed in te spreken. Gewoon net zolang wachten, tot je op een dag gelukkig wakker wordt.

Volgens een van de bekendste onderzoekers naar geluk,  Martin Seligman,  is dat grote onzin. Geluk overkomt je niet, geluk veroorzaak je zelf. Hij deed jarenlang onderzoek naar depressies en kwam erachter dat het geen enkele zin heeft om naar de oorzaken te zoeken. Dat maakte patiĆ«nten alleen maar ongelukkiger. Bovendien werd hij er zelf ook niet vrolijker op.
Op het moment dat zijn dochtertje zei dat hij eens op moest houden met chagrijnen, kwam de ommekeer in zijn carriĆØre. Als zij in staat was om op te houden met zeuren, kon hij ook best ophouden met zurig zijn, vond ze. En zo geschiedde.

Seligman somt nu iedere dag drie gebeurtenissen op die reden tot blijdschap geven. Dat mogen hele kleine dingen zijn, zoals het hebben van een goede gezondheid, een gezellig praatje dat je had met de buurvrouw, of de auto die net naar de wasserette is geweest. Het gaat er dus om dat je je wereld positief beschouwt en dat je je gedachten daarop richt. Het gevolg is dat je je veel tevredener en dus gelukkiger voelt.

Ophouden met wachten dus. Begin liever vandaag nog.

Waarheen, waarvoor? Daarheen, daarom!

Om de een of andere reden hebben we telkens doelen nodig om ons leven richting te geven. Hebben we dat doel bereikt, dan ontstaat er onrust en vragen we ons af of nog wel goed bezig zjin. Coaches spelen daar handig op in: 'Ontdek je ware ik, zoek je echte bestemming, bepaal je eigen levenspad' en zo meer van die spirituele aanbiedingen.

Er zijn mensen die hun hele leven zoeken naar het ideale eindpunt en dat tot hun grote frustratie nooit bereiken om de eenvoudige reden dat die finish telkens weer verlegd wordt. Als je er eenmaal bent, slaat de onrust weer toe. Maar dat hoor je zo'n coach nooit zeggen natuurlijk, die wil je graag helpen uit te vinden waar Abraham de mosterd haalt. 



Hersey-Blanchard

Het spotprentje op het model van Hersey en Blanchard laat zien dat medewerkers eerst veel begeleiding nodig hebben en daarna in staat zijn tot zelfstandig functioneren en leidinggeven. Vergelijk het met opvoeden van kinderen. Die hebben je eerst heel hard nodig maar op een gegeven moment kunnen ze op eigen benen staan. Dat zou ook je doel moeten zijn als ouders volgens mij. ​

De spotprent is een parodie op de theorie: vaak verwarren leidinggevenden verantwoordelijkheid geven met 'het bos in sturen'. Dat is zelfstandigheid die onveilig is. Hoe dan ook, het model is bedoeld om groei in kaart te brengen. Ben je uitgeleerd, dan kun je verder. Als je niet verder kunt in je organisatie, kun je drie dingen doen: nevenfuncties aanvaarden om je te blijven ontwikkelen,  solliciteren of voor jezelf beginnen. 



Drexler-Sibbet

Het Drexler-Sibbet model laat zien hoe een team functioneert. Eerst moet duidelijk worden waar men naartoe gaat (het gemeenschappelijke doel) en wie wat doet. Als dat eenmaal loopt en het doel is uiteindelijk bereikt, ontstaat er apathie: er is niets meer te wensen over. De enige remedie is het vaststellen van een nieuw doel.

Flow

De psycholoog met de onuitsprekelijke naam Csikszentmihalyi ontdekte dat mensen met name gelukkig zijn als ze aan taken werken die een duidelijk doel hebben en waarop je direct feedback/resultaat ziet. De taak moet dan niet opgelegd, niet te makkelijk maar ook niet te moeilijk zijn. En dat heeft weer alles te maken met je ontwikkeling natuurlijk, die is voortdurend in beweging. Vroeger vond ik het lastig om tekstjes te schrijven, nu rollen ze zo uit mijn computer. Is de taak te makkelijk geworden, dan moet ik gewoon weer zoeken naar wat uitdagenders.​

Kortom: waarheen en waarvoor? Daarheen en daarom! Het is van alle tijden om doelen te stellen en het is eerder een bewijs dat je toe bent aan groei dan dat je ooit een verkeerde keuze hebt gemaakt. Dat lijkt me een plezieriger uitgangspunt dan de radeloosheid over welke baan of welke persoon (partners krijgen vaak de schuld van onbehagen) nu eigenlijk het beste bij jou past. Tob je over wat je wilt? Dan ben je toe aan groei, niets meer en niets minder.

zaterdag 30 maart 2013

Asociale zorg


En ineens heb je dan begrip voor agressie in de zorg. Afgelopen woensdag met veel pijn in mijn zij college gegeven; ik ben een bikkel, dus geef niet gauw op. "Hup, hup, pokerface en gaan met die banaan." Maar onderweg naar huis was het niet meer uit te houden. Echt niet. Dus ik reed meteen door naar de huisartsenpost in Amersfoort, zonder pokerface maar met dikke tranen. Daar wachtte mij een bijzondere ontvangst.

"Heb u gebeld voor een afspraak?" "Nee, ik kom zo uit mijn werk." "Hier heeft u een formulier met onze handelwijze." "Ik heb erge pijn!" "Wie is uw huisarts? Heeft u een ID?" Ik stamel wat en probeer mijn rijbewijs uit mijn portemonnee te halen.

Ik val bijna flauw van de pijn. Niet dat dat indruk maakt. De mevrouw achter het glas doet alsof dat de normaalste zaak van de wereld is. "U bent over een half uur ingepland, als het niet meer gaat, kom het dan even melden."

Intussen was mijn man aangekomen. Samen strompelen we de wachtkamer in. Daar zit ik zonder enig decorum te janken, wachtend op verlossing. Die komt niet. Dokters lopen in en uit, struikelen bijna over mijn benen die ik niet met goed fatsoen onder mijn stoel kan houden, maar niemand kijkt op of om. Iedereen doet alsof ik er niet ben. Mijn man loopt weer naar de balie. Dit is geen doen, kan er iemand snel helpen?

Dat kan niet. Immers: we hebben niet gebeld en mensen die bellen, krijgen voorrrang. Al met al heb ik 1,5 uur in de wachtkamer gezeten tot er eindelijk een arts bereid was naar me te kijken. Die vermoedde een ribbeuk van het hoesten. Met morfine zou ik in ieder geval geen pijn meer voelen. En dat klopt.

Is het ook een ribbreuk? Dat is nog maar de vraag, maar die speelt de artsen geen parten. Pilletje erin en lijstjes afstrepen lijkt belangrijker dan fatsoenlijke zorg. NIet zo gek dat dat agressie oproept.